Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Het horen op grond van artikel 23 van de Wet Ruimtelijke Ordening

Onderdeel van Verordening regelende de instelling, de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de raadscommissies gemeente Moerdijk 2004

Ingeval sprake is van het horen van degenen die op grond van artikel 23, lid 2 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening tijdig hun zienswijze met betrekking tot een ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar hebben gemaakt, geschiedt zulks door de leden van de commissie Fysieke Infrastructuur met inachtneming van de navolgende bepalingen: De voorzitter van de commissie Fysieke Infrastructuur roept degenen die hun zienswijze tijdig hebben ingebracht, schriftelijk op voor de te houden hoorzitting, zulks met dien verstande dat deze oproep, spoedeisende gevallen uitgezonderd, verzonden wordt uiterlijk 7 dagen voor de hoorzitting. Indien de voorzitter van de commissie Fysieke Infrastructuur dit nodig oordeelt is het mogelijk voorafgaande aan de oproeping bij degenen die hun zienswijze tijdig hebben ingebracht navraag te doen of dezen al dan niet gebruik willen maken van de mogelijkheid om hun bezwaren mondeling toe te lichten. Het horen van degenen die tijdig hun zienswijze hebben ingebracht, geschiedt in een openbare zitting van de commissie Fysieke Infrastructuur op een door de voorzitter te bepalen locatie welke wordt vermeld in de oproepingsbrief. Direct na de hoorzitting beraadslaagt de commissie Fysieke Infrastructuur achter gesloten deuren omtrent de te adviseren gedragslijn ten aanzien van de ingebrachte zienswijzen. Vervolgens wordt door burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad een voorstel voorgelegd inzake de afwikkeling van de ingebrachte zienswijzen, omtrent welk voorstel, voorafgaande aan de behandeling in de raad advies zal worden gevraagd aan de commissie Fysieke Infrastructuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel