Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen dat gedurende het seizoen verblijf heeft gehouden, bepaald op:
bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4 meter, doch ten hoogste 8 meter;
bij een vaartuig met een lengte van meer dan 8 meter, doch ten hoogste 12 meter;
bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter;
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 24.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017