Reservering bijdragen
1.De raad reserveert het in het voorafgaande jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage
toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in het opvolgende jaar.
2.De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in dat jaar toekwam
ingevolge artikel 7.
3.Het beroep op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de afrekening als
bedoeld in artikel 12 over dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.
4.De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam
terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger
daarvan kan worden beschouwd.
5.Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in
het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere.
6.Bij splitsing van een fractie blijft de opgebouwde reserve toebehoren aan de
oorspronkelijke fractie.
Hoofdstuk › Paragraaf 2:
Artikel 11.
Artikel 11.
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning