Naar hoofdinhoud
1.. De zittingsperiode van een commissielid en dat van de voorzitter eindigt met het einde van de zittingsperiode van de raad, wanneer betrokkene geen deel meer uitmaakt van de raad of wanneer door de fractie(voorzitter) een ander commissielid wordt voorgedragen ter benoeming door de raad. Een verzoek tot benoeming van een ander commissielid wordt gelijktijdig met een verzoek tot ontslag van het eerder benoemde commissielid gericht aan de raad. 2.. De raad kan de voorzitter van een raadscommissie van zijn functie ontheffen. 3.. Een commissielid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Degene die ontslag neemt, doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat in een maand na de schriftelijke mededeling of zoveel eerder als de opvolger is benoemd. 4.. Indien een vacature in de commissie ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de benoeming van een vervangend commissielid.

Rechtspraak bij dit artikel