Het is verboden om in een archeologisch monument,
bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een
archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1,
onder h, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte
te verstoren.
Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;
a.het een verstoring betreft van een
archeologisch monument of archeologisch
verwachtingsgebied als aangegeven op de
provinciale Archeologische Monumentenkaart of de
landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische
Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt:
In een gebied met lage archeologische
verwachtingdwaarde en het te verstoren gebied
kleiner is dan 100 m2, of;
in een gebied met een middelhoge archeologische
verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
kleiner is dan 50 m2, of;
in een gebied met hoge archeologische
verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
kleiner is dan 25 m2.
in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
in een ontheffing dan wel een projectbesluit als bedoeld
in artikel 3.6, 3.32, 3.10 of 3.23 van de Wet
ruimtelijke ordening voorschriften zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
het college nadere regels stelt met betrekking tot de
uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een
verstoring van een archeologisch monument of
archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op
gemeentelijke archeologische waardenkaart of de
gemeentelijke beleidsadvieskaart, dan wel bij het
ontbreken daarvan,de provinciale Archeologische
Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van
Archeologische Waarden;
een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde
van het te verstoren terrein naar het oordeel van
burgemeester en wethouders in voldoende mate is
vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in
voldoende mate kan worden geborgd; of
- de archeologische waarden door de verstoring
niet onevenredig worden geschaad; of
- in het geheel geen archeologische waarden
aanwezig zijn.