Naar hoofdinhoud
1.. De ijsverenigingen zijn tijdens schaatstochten verantwoordelijk voor het innemen van de standplaatsen binnen de veeggebieden. 2.. Deze veeggebieden staan aangegeven op de bijgevoegde plattegronden (zie bijlage 1 t/m 6). 3.. Het college verleent vergunningen aan de ijsverenigingen voor het (laten) innemen van een maximum aantal standplaatsen op of direct grenzend aan het natuurijs. 4.. Tijdens schaatstochten wordt door het college aan anderen dan de ijsverenigingen geen vergunningen verleend. 5.. De volgende maximale aantallen standplaatsen gelden voor de ijsverenigingen tijdens schaatstochten: ijsclub Broek in Waterland: 8; ijsclub Marken: 3; ijsvereniging Olympia Monnickendam: 10; ijsbaanclub Ilpendam: 4; ijsvereniging Watergang: 1; ijsclub Zuiderwoude: 8. 6.. De ijsverenigingen bepalen wie tijdens de schaatstochten een standplaats inneemt. 7.. De standplaatsen dienen goed bereikbaar te zijn voor hulpdiensten. 8.. De ijsverenigingen zijn gerechtigd voor de inname van een standplaats door derden een financiële vergoeding van maximaal €50,- per standplaats per schaatstocht te vragen. Dit bedrag geldt ook als de schaatstocht meerdere dagen achterelkaar wordt georganiseerd.

Rechtspraak bij dit artikel