Lid 1
Voor het uitlezen van het camerasysteem wordt een logboek bijgehouden.
Lid 2
Het logboek is vertrouwelijk.
Lid 3
In het logboek wordt vermeld: naam van de dienstdoende centralist/beheerder, datum, tijd en bijzonderheden, zoals storingen, incidenten, meldingen, vordering van beeldinformatie etc.
Lid 4
Buiten gebruik wordt het logboek opgeborgen in een afgesloten kast.
Lid 5
De beveiligers rapporteren bij incidenten aan de beheerder en de technisch beheerder, over de bijzonderheden welke tevens in een digitaal beveiligde omgeving wordt opgeslagen.
Lid 6
De technisch beheerder rapporteert de technische bijzonderheden aan de beheerder.
Lid 7
De beheerder legt verantwoording af aan de verantwoordelijke. Bij incidenten waarvan aangifte wordt gedaan, wordt door de bewerker per direct gerapporteerd aan de beheerder.