Naar hoofdinhoud
1.. Het college informeert de raad door middel van bestuursrapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. 2.. De bestuursrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende tijdstippen: de eerste rapportage vóór 1 juni van het lopende begrotingsjaar; de tweede rapportage vóór 1 november van het lopende begrotingsjaar. 3.. De inrichting van de bestuursrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 4.. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de beoogde (maatschappelijke) effecten, de uitgevoerde activiteiten als de baten en lasten. In de rapportages wordt voorts in ieder geval aandacht besteed aan (afwijkingen van): inkomsten uit de algemene uitkering; de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt; resultaten uit grondexploitatie; realisatie op begrote subsidieverwachtingen; gerealiseerde inkoop- en aanbestedingsresultaten. 5.. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: investeringen groter dan € 25.000,- aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 10.000,- het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties. 6.. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 10.000,-. 7.. Indien het college gebruik maakt van haar bevoegdheid om zelfstandig nieuwe (meerjarige) verplichtingen aan te gaan – conform het gestelde in het vijfde en zesde lid -, stelt het college de raad hiervan op de hoogte via de commissie voor financiën (in eerstvolgende vergadering volgend op het betreffende collegebesluit).

Rechtspraak bij dit artikel