Lid 1 Om medezeggenschapsleden in staat te stellen hun taak op grond van de Wet op de ondernemingsraden adequaat uit te voeren worden zij in staat gesteld om:
de vergadering van de Ondernemingsraad en de door de Ondernemingsraad ingestelde commissies bij te wonen;
de vergadering tussen de Ondernemingsraad en werkgever, de overlegvergadering, bij te wonen;
de vergadering van het Technisch Overleg en Georganiseerd Overleg bij te wonen;
in het kader van de voorbereiding van agendapunten van vergaderingen personen en stukken te raadplegen;
te rapporteren over het besprokene tijdens vergaderingen, tenzij geheimhouding is opgelegd;
deel te nemen aan cursussen/trainingen ten behoeve van medezeggenschapswerk.
Lid 2
Tijdens de uitoefening van hun taak op grond van de Wet op de ondernemingsraden wordt de bezoldiging van het medezeggenschapslid doorbetaald.
Lid 3
Voor elk medezeggenschapslid geldt de verplichting om de tijd te registreren die aan medezeggenschapstaken besteed wordt.