Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor zover in het gesprek zoals bedoeld in artikel 3.3. is vastgesteld dat:
De aangevraagde hulp niet als gebruikelijke hulp kan worden aangemerkt zoals beschreven in de ‘richtlijn gebruikelijke hulp, opgenomen in bijlage 1;
een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag;
de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening;
De hulpvraag past binnen de afwegingskaders zoals benoemd in artikel 3.5;
Indien er 6 maanden voordat een jeugdige 18 jaar wordt, geconstateerd wordt dat er aanvullende hulp tussen het 18e en 23e levensjaar noodzakelijk blijft, wordt er in overleg met de lokale toegang een maatwerkoplossing gekozen.
Artikel 3.4.
– Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Goes 2017