Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 16

Gebruik van dienstauto's

Onderdeel van Regeling gebruik dienstauto Nissewaard

Lid 1 Gebruikers gebruiken de dienstauto voor het uitvoeren van de aan hen door de werkgever opgedragen taken of werkgerelateerde werkzaamheden. Privégebruik van een dienstauto is niet toegestaan. Lid 2 Na gebruik moeten de dienstauto’s op de daartoe bestemde parkeerplaats worden gezet. Lid 3 De dienstauto mag alleen door de gebruiker zelf worden gereden. Lid 4 De gebruiker moet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs bij het gebruik van de dienstauto. Lid 5 De vaste gebruikers krijgen een persoonsgebonden sleutel. De sleutel is niet overdraagbaar. Lid 6 Iedere gebruiker dient een sluitende kilometeradministratie bij te houden. Dit vindt plaats middels het gebruik van in de auto gemonteerde registratieapparatuur.

Rechtspraak bij dit artikel