Lid 1
Gebruikers gebruiken de dienstauto voor het uitvoeren van de aan hen door de werkgever opgedragen taken of werkgerelateerde werkzaamheden. Privégebruik van een dienstauto is niet toegestaan.
Lid 2
Na gebruik moeten de dienstauto’s op de daartoe bestemde parkeerplaats worden gezet.
Lid 3
De dienstauto mag alleen door de gebruiker zelf worden gereden. Lid 4
De gebruiker moet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs bij het gebruik van de dienstauto.
Lid 5
De vaste gebruikers krijgen een persoonsgebonden sleutel. De sleutel is niet overdraagbaar.
Lid 6
Iedere gebruiker dient een sluitende kilometeradministratie bij te houden. Dit vindt plaats middels het gebruik van in de auto gemonteerde registratieapparatuur.
Hoofdstuk 3
Artikel 16
Gebruik van dienstauto's
Onderdeel van Regeling gebruik dienstauto Nissewaard