Lid 1
De ambtenaar berijdt de dienst- of lease-auto zorgvuldig en overeenkomstig bestemming en uitrusting en in overeenstemming met de geldende wetten en richtlijnen.
Lid 2
Het is voor de ambtenaar verboden in enigerlei vorm personen of goederen tegen betaling te vervoeren.
Lid 3
Het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank of enig bedwelmend middel alsmede het gebruiken van de dienst- of lease-auto voor snelheids-, prestatie- of betrouwbaarheidsritten c.q. het rijden op gesloten circuits of het geven van rijlessen, is verboden.
Lid 4
Het is niet toegestaan om in de dienst- of lease-auto te roken, te bellen of te sms’en.
Lid 5
De gevolgen van het intrekken van het rijbewijs zijn voor rekening van de gebruiker.