Lid 1
Het heimelijk cameratoezicht dient zo gericht mogelijk te zijn.
Lid 2
De periode waarin het heimelijk cameratoezicht wordt gebruikt dient zo beperkt mogelijk te zijn, met een maximum van vier weken.
Lid 3
De beeldinformatie wordt maximaal vier weken bewaard, waarna de informatie wordt gewist. In het geval er onregelmatigheden zijn geregistreerd kan de beeldinformatie voor verdere bewijsvoering worden bewaard.