Naar hoofdinhoud
1.. Het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur eindigt op de dag waarop het lid de hoedanigheid verliest, waarin hij is benoemd respectievelijk ingevolge het eerste lid van artikel 13 is aangewezen. 2.. De leden van het Dagelijks Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter op de hoogte. In een tussentijdse vacature wordt op de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur een nieuw lid benoemd. 3.. De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van dit bestuur af op de dag waarop de zittings- periode voor de leden van de raden afloopt, met dien verstande dat de in artikel 13, lid 1 sub d bedoelde leden maximaal 8 jaar zitting kunnen hebben in het Dagelijks Bestuur. 4.. In de gevallen van lid 2 en 3 blijven de leden hun functie waarnemen tot door het Algemeen Bestuur in hun opvolging is voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel