**1..** Het Algemeen Bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende colleges bedraagt.
**2..** De colleges wijzen uit hun midden elk één lid in het Algemeen Bestuur aan.
**3..** Alle leden hebben één stem.
**4..** De colleges beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de in het tweede lid genoemde leden en plaatsvervangende leden.
**5..** Het Algemeen Bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
§ 3
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling ‘hûs en hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg’