Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van HUISVESTINGSVERORDENING VOOR STANDPLAATSEN VAN WOONWAGENS 1999

Het college van burgemeester en wethouders kan de huisvestingsvergunning intrekken indien: de standplaats niet binnen een termijn van vier weken na de bekendmaking van het besluit tot verlening van de vergunning wordt ingenomen. Indien de termijn is verlengd en de standplaats nog niet is ingenomen, kan de vergunning na afloop van de termijn van de verlenging worden ingetrokken of de vergunninghouder binnen twee weken na de bekendmaking schriftelijk te kennen heeft gegeven hiervan geen gebruik te maken of gebleken is van onjuistheid van de door de aanvrager bij de inschrijving verstrekte gegevens of de vergunninghouder in strijd handelt met de bepaling van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel