Naar hoofdinhoud
2.Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf of het algemene graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 4.Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeesteren wethouders het eigen graf of het algemene graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft tot een eigen graf dat inmiddels is geruimd. Toelichting Het is gewenst dat er na het overlijden van de rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden die belang hebben bij het graf. Dit zijn in de eerste plaats bloed- en aanverwanten, genoemd in het eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd, dat het gewenst is om slechts een persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Deze bepaling stelt de termijn op een jaar. Het vierde lid brengt tot uitdrukking, dat de termijn met de nodige soepelheid zal worden gehanteerd.

Rechtspraak bij dit artikel