2.Begraving of bijzetting in een eigen en algemeen graf waarvan de uitgifte termijn binnen de wettelijke minimum grafrust termijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige
verlenging van de uitgifte termijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgifte
termijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te
worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 14, tweede lid.
Toelichting
De wettelijke minimum grafrust termijn is de termijn dat een lijk volgens de wet tenminste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. Zie verder onder 2.5.
Artikel 8,
tweede lid
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen