Naar hoofdinhoud
Verstrekking pgb 1.Ingevolge artikel 8.1.1, derde lid van de Wet, vindt beoordeling van verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een pgb plaats indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen. Een pgb wordt alleen verstrekt indien: de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren; en de jeugdige of zijn ouders overtuigend kunnen motiveren waarom zij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten; en naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit is, en de voorziening noodzakelijk is en is aan te merken als adequate voorziening. Om het college in staat te stellen te toetsen of aan de voorwaarden genoemd in 3.1 tweede lid is voldaan, dient de aanvrager in ieder geval een (gezins)plan of een familiegroepsplan te overleggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel