**1..** Het college verricht onderzoek naar de financiële situatie van belanghebbende.
**2..** Het college kan bepalen dat eventuele spaartegoeden of andere vermogensbestanddelen, waarover direct kan worden beschikt door de belanghebbende, bij voorrang worden aangewend voor de terugbetaling van de vordering en/of boete.
**3..** In afwijking van het eerste lid van dit artikel stemt het college bij vorderingen, die niet ontstaan zijn als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, zonder nader onderzoek in met een betalingsvoorstel van de debiteur voor zover daarmee het totaal van de vorderingen binnen een periode van 36 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 50,00 per maand bedraagt.
**4..** De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wegens werkaanvaarding wordt bij vorderingen, die niet ontstaan zijn als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, gedurende zes maanden na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de uitkeringsperiode.
**5..** Na afloop van de periode van zes maanden, zoals bedoeld in het voorgaande lid, wordt de aflossingscapaciteit van belanghebbende vastgesteld.
**6..** Het aflossingsbedrag, zoals medegedeeld in het invorderingsbesluit, geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
**7..** Indien de belanghebbende geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dan is de vordering en/of de boete dan wel het restant van de vordering en/of de boete direct ineens opeisbaar.
Hoofdstuk 10 › Paragraaf 10.1
Artikel 10.1.4
Vaststellen van het aflossingsbedrag
Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein gemeente Uitgeest 2017