Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2

Artikel 1.2.1

Opschorting, herziening, verrekening, intrekking en terug- en invordering

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein gemeente Uitgeest 2017

1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot: het opschorten, herzien of intrekken van het recht op uitkering ingevolge artikel 54 van de Participatiewet, artikel 17 derde en vierde lid van de IOAW en artikel 17 derde en vierde lid van de IOAZ, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend. het terugvorderen, zoals dit het college op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet, artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAZ toekomt. het verrekenen van de in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen met de uitkering, zoals dit het college op grond van artikel 25 vierde lid van de IOAW en artikel 25 vierde lid van de IOAZ toekomt. het verrekenen van de in de voorafgaande zes maanden ontvangen middelen met de uitkering, zoals dit het college op grond van artikel 58, vierde lid van de Participatiewet toekomt. het bruteren van de vordering, zoals dit het college op grond van artikel 58 lid 5 van de Participatiewet, artikel 25 vijfde lid van de IOAW en artikel 25 vijfde lid van de IOAZ toekomt. het invorderen van de vordering via een dwangbevel, zoals dit het college op grond van artikel 60, tweede lid van de Participatiewet, artikel 28 eerste lid van de IOAW en artikel 28 eerste lid van de IOAZ toekomt. het verrekenen van de vordering met de uitkering, zoals dit het college op grond van artikel 60, derde lid van de Participatiewet, artikel 28 derde lid van de IOAW en artikel 28 van de IOAZ toekomt. het in rekening brengen van rente en kosten ingeval van niet nakoming van de verplichting tot terugbetaling van teveel of ten onrechte genoten uitkering. 2.. De bevoegdheden genoemd in lid a tot en met h gelden voor het college als algemene verplichtingen behoudens de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen. 3.. Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid om van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien op grond van artikel 58, zevende lid onder a, b en d van de Participatiewet, artikel 25, zesde lid onder a, b en d van de IOAW en artikel 25 zesde lid onder a, b en d van de IOAZ. 4.. Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid om van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien op grond van artikel 58, zevende lid, onder c, van de Participatiewet, artikel 25, zesde lid, onder c, van de IOAW en artikel 25, zesde lid, onder c, van de IOAZ voor zover het niet (meer) verrichten van aflossingen het gevolg is van andere redenen dan het hebben van lopende aflossingsverplichtingen ten behoeve van andere bestuurlijke vorderingen en/of boetes.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel