Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2

Artikel 1.2.3

Bestuurlijke boete en waarschuwing

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein gemeente Uitgeest 2017

1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid: zoals neergelegd in artikel 18a, dertiende en veertiende lid Participatiewet, artikel 20a, twaalfde lid van de IOAW en IOAZ om op verzoek van belanghebbende de bestuurlijke boete, waarbij geen sprake is van opzet of grove schuld, geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling; zoals neergelegd in artikel 2aa van het Boetebesluit socialezekerheidswetten om af te zien van het opleggen van een bestuurlijke boete en te volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting door de belanghebbende niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag of tot een benadelingsbedrag dat niet hoger is dan € 150,–; zoals neergelegd in artikel 2aa van het Boetebesluit socialezekerheidswetten om af te zien van het opleggen van een bestuurlijke boete en te volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing in het geval de belanghebbende wel inlichtingen heeft verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld heeft gemeld, maar uit eigen beweging alsnog binnen een redelijke termijn de juiste inlichting verstrekt voordat de schending van de inlichtingenverplichting door het college is geconstateerd, tenzij de belanghebbende deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van de inlichtingverplichting. 2.. De in het eerste lid, onderdeel a, van dit artikel genoemde boete wordt kwijtgescholden op het moment dat de belanghebbende een schuldregeling succesvol heeft doorlopen. 3.. Een redelijke termijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, van dit artikel bedraagt maximaal 14 dagen volgend op de dag dat de belanghebbende de inlichtingen had moeten verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel