Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1

Artikel 7.1.1

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein gemeente Uitgeest 2017

1.. In artikel 1, derde lid, onderdeel f, sub 3, van de verordening is gedefinieerd wat het begrip “maatwerkvoorziening” inhoudt. Bijzondere bijstand is een maatwerkvoorziening. In deze paragraaf wordt met het begrip “maatwerkvoorziening” bijzondere bijstand bedoeld zoals bepaald in de artikelen 11 en 35, eerste lid, van de Participatiewet. 2.. In aanvulling op de begrippen in de verordening wordt in hoofdstuk 7 van deze beleidsregels verstaan onder: bescheiden vermogen: een vermogen van maximaal het in artikel 34, derde lid van de Participatiewet genoemde bedrag; draagkracht: het gedeelte van het inkomen of vermogen dat de belanghebbende geacht wordt aan te wenden om in de bijzondere kosten te voorzien; draagkrachtperiode: de periode waarover de financiële draagkracht van de belanghebbende wordt vastgesteld; inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikelen 31 tot en met 33 van de Participatiewet; minimum inkomen: een inkomen van ten hoogste 120% van de voor belanghebbende geldende uitkering op datum aanvraag of de datum waarop kosten zijn opgekomen; vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34, eerste lid van de Participatiewet; woonkosten: kosten die gemaakt worden om gebruik te mogen maken van de woning, niet zijnde verbruikskosten (nutsvoorzieningen e.d.). Voor een huurwoning zijn de woonkosten de per maand geldende huurprijs zoals bedoeld in art. 1 onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag. Bij koopwoning zijn de woonkosten het maandelijks te betalen bedrag voor de financiering van de verschuldigde hypotheekrente. 3.. Het college verleent een maatwerkvoorziening met inachtneming van het bepaalde in de Participatiewet. 4.. De verstrekte maatwerkvoorziening moet worden aangewend voor de bijzondere kosten waarvoor deze toegekend is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel