Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1

Artikel 7.1.7

Draagkracht uit inkomen

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein gemeente Uitgeest 2017

1.. Het inkomen wordt op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand, conform de artikelen 31 tot en met 33 van de Participatiewet. 2.. Als de netto vakantietoeslag over het netto inkomen niet bekend is en handmatig berekend moet worden, dient de vakantietoeslag berekend te worden op grond van Paragraaf 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. 3.. In afwijking van het eerste lid wordt het netto inkomen in de volgende situaties als volgt berekend: bij partneralimentatie: wordt rekening gehouden met de partneralimentatie waarover iemand kan beschikken; bij een zelfstandig ondernemer: wordt aansluiting gezocht bij artikel 6 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; van de belanghebbende die in een inrichting verblijft en die een eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg betaalt: inkomen minus eigen bijdrage Wet langdurige zorg. 4.. Van de inkomsten uit commerciële verhuur, zoals bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de Participatiewet, wordt een percentage vrijgelaten, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6.3.1, derde lid, van deze beleidsregels. 5.. Met een bestuursrechtelijke premieheffing Zorgverzekeringswet (Bronheffing) wordt geen rekening gehouden bij de vaststelling van de draagkracht in inkomen. 6.. Voor de belanghebbende met een inkomen lager dan 120% van de uitkering (inclusief vakantietoeslag) bedraagt de draagkracht 0%. 7.. Voor de belanghebbende met een inkomen hoger dan 120% van de uitkering bedraagt de draagkracht 100% van de ruimte boven de 120% van de uitkering. 8.. De draagkracht bedraagt in afwijking van het zesde en zevende lid 110% van de ruimte boven de uitkering (inclusief vakantietoeslag) voor bewindvoeringskosten (inclusief instaptarief), curatele en mentorschap. 9.. De draagkracht bedraagt in afwijking van het zesde en zevende lid 100% van de ruimte boven de uitkering (inclusief vakantietoeslag) bij: kosten voor direct levensonderhoud; bijstand voor 18-21 jarigen, voor zover die de landelijke norm te boven gaat; bijstand voor 18-21 jarigen in een inrichting; woonkostentoeslag; eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht; uitvaartkosten (niet zijnde de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging); verhuiskosten, stofferings- en/of inrichtingskosten en duurzame gebruiksgoederen (inclusief witgoed en babyuitzet); doorbetaling vaste lasten tijdens detentie of verblijf in een inrichting; overbruggingsuitkering; eerste huur. 10.. Bij de draagkrachtberekening wordt uitgegaan van het inkomen in de maand waarin de kosten zijn opgekomen. Als er sprake is van sterk wisselende inkomsten kan worden afgeweken van de eerste volzin en kan het inkomen worden bepaald op het gemiddelde inkomen over de voorliggende zes maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn opgekomen. 11.. In afwijking van het eerste lid wordt bij de bepaling van het in aanmerking te nemen inkomen geen rekening gehouden met toegepaste maatregelen, verlagingen of een ingehouden boete waarmee een uitkering krachtens een werknemersverzekering of sociale voorziening, of een daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering wegens een verwijtbare gedraging is verlaagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel