Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
het verbinden van verplichtingen aan het verlenen van de uitkering in de vorm van een geldlening zoals dit het college op grond van artikel 48, derde lid van de Participatiewet toekomt;
het verbinden van verplichtingen aan het verlenen van de uitkering in de vorm van een geldlening ingevolge het Bbz 2004, die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan de uitkering verbonden rente- en aflossingsverplichtingen, zoals dit het college op grond van artikel 39, derde lid van het Bbz 2004 toekomt;
het terugvorderen zoals bedoeld in artikel 58, tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet;
het direct terug- en invorderen van de kosten van de uitkering die verleend is in de vorm van een geldlening onder verband van krediethypotheek of verpanding over als:
als de verstrekking van de uitkering wordt beëindigd;
de woning wordt verkocht;
er sprake is van vererving;
belanghebbende in staat van faillissement komt te verkeren of de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) op belanghebbende van toepassing wordt verklaard;
belanghebbende overlijdt;
belanghebbende over een vermogen gaat beschikken dat hoger is dan het bescheiden vrij te laten vermogen van dat moment.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2
Artikel 1.2.4
Krediethypotheek
Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein gemeente Uitgeest 2017