**1..** Het college neemt het door de cliënt opgestelde budgetplan mee bij de bepaling van de hoogte van het persoonsgebonden budget.
**2..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst adequate voorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die door het college aan de leverancier zou zijn verschuldigd.
**3..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor diensten, ongeacht of de dienst wordt geleverd door een professional of niet-professional dan wel een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, bedraagt in ieder geval niet meer dan het laagste inkooptarief waarvoor het college deze dienst heeft gecontracteerd met aftrek van de overheadkosten.
**4..** Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.2