Naar hoofdinhoud
Het college mandateert de navolgende bevoegdheden uit de verordening aan de havenmeester: De bevoegdheid tot: het verplichten schriftelijk door te geven hoelang de passant wenst gebruik te maken van de faciliteiten van de haven en kade zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van de verordening. het aanwijzen van plaatsen, waarnaar bijboten dienen verhaald te worden zoals bedoeld in artikel 4 lid 5 van de verordening. het los gooien of kappen van trossen, kettingen, lijnen, uithouders enz. zoals bedoeld in artikel 6 van de verordening. het verlenen van een ontheffing zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 van de verordening. Het losmaken van, het verhalen van, of het zich bevinden op een in de haven gemeerd vaartuig zoals bedoeld in artikel 11 lid 1 van de verordening. het aanwijzen van plaatsen binnen of buiten het vaarwater voor vaartuigen die in onmiddellijke staat van zinken verkeren zoals bedoeld in artikel 13 lid 2 van de verordening. het bepalen van de tijd waarbinnen een gezonken vaartuig gelicht moet zijn, zoals bedoeld in artikel 13 lid 4 van de verordening. het aanwijzen van plaatsen voor laden en lossen, zoals bedoeld in artikel 18 lid 1 van de verordening. het bepalen van de wijze voor afvoer van afval zoals bedoeld in artikel 24 lid 1 van de verordening. het geven van aanwijzingen met betrekking tot het verhalen naar of het innemen van een ligplaats, zoals bedoeld in artikel 26 lid 2 van de verordening. het bepalen van het maximum aantal zwervende ligplaatshouders in de haven Willemstad, zoals bedoeld in artikel 26 lid 5 van de verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel