De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 en 9, wordt vastgesteld op:
twintig procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
veertig procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ De Fryske Marren.