Nadat de burgemeester is geïnformeerd over het vermoeden van een integriteitschending begaan door een politieke ambtsdrager, bevestigt hij de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder en de politieke ambtsdrager. In de ontvangstbevestiging wordt globaal de vervolgprocedure aangegeven.
Nadat de ontvangst van de melding is bevestigd, onderzoekt de burgemeester of er sprake is van een redelijk vermoeden van een misstand. Daarbij wordt de melding onderzocht tegen de achtergrond van de vraag of de melding zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat een nader onderzoek als bedoeld in dit artikel noodzakelijk is.
Over de beantwoording van de vraag naar ernst en concreetheid van de melding kan de burgemeester zich laten adviseren door een extern deskundige zoals het steunpunt integriteitsonderzoek politieke ambtsdragers.
Indien de burgemeester na het advies van de externe deskundige als bedoeld in het vorige lid van dit artikel vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij/zij het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de betrokken politieke ambtsdrager gemotiveerd schriftelijk in kennis gesteld.
Als de melding voldoende concreet en voldoende ernstig is, geeft de burgemeester opdracht tot het doen van feitenonderzoek. Het feitenonderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze, waarbij voor de betreffende melding de meest geëigende onderzoeksmethode wordt gekozen. Het steunpunt Integriteitsonderzoek politieke ambtsdragers kan hier adviserend bij optreden.
Van de beslissing een onderzoek te verrichten wordt het presidium als ook het college gemotiveerd in kennis gesteld. Ook de melder en degene op wie de melding betrekking heeft worden over het instellen van het onderzoek geïnformeerd.
De procesbegeleiding van het onderzoek gebeurt, op aanwijzing van de burgemeester, vanuit de griffier en/of de gemeentesecretaris.
Na afronding van het onderzoek worden het presidium en het college van de resultaten in kennis gesteld. In overleg tussen het presidium en/of de burgemeester wordt besloten welke stappen verder genomen moeten worden.
Van de uitkomsten van het overleg tussen de burgemeester en het presidium als ook de resultaten van het onderzoek worden melder en betrokken politieke ambtsdrager geïnformeerd, tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet.
Bij het vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging doet de burgemeester, indien naar zijn oordeel sprake is van een strafbaar feit, aangifte bij de politie en/of stelt deze de melder aansprakelijk voor eventuele door de gemeente geleden schade. De burgemeester laat zich hierbij adviseren door het steunpunt en/of de integriteitscoördinator.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Onderzoek
Onderdeel van Protocol vermoeden integriteitsschending politieke ambtsdragers gemeente Zwijndrecht