Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 15 april een conceptbegroting op voor het volgende kalenderjaar en zendt deze, voorzien van een toelichting, toe aan de raden van de gemeenten. 2.. De conceptbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190 van de Gemeentewet (oud) is van overeenkomstige toepassing. 3.. In de conceptbegroting wordt aangegeven de naar raming door elke gemeente verschuldigde bijdrage. Er zal naar worden gestreefd de begrote gemeentelijke bijdragen per werknemer, als bedoeld in artikel 1 van deze regeling, onder i, van jaar tot jaar zoveel mogelijk gelijk te laten zijn. 4.. De begrote gemeentelijke bijdrage wordt berekend naar rato van het aantal werknemers, zoals bedoeld in artikel 1 van deze regeling, onder i, afkomstig uit de deelnemende gemeenten naar de stand van 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is. 5.. De raden van de gemeenten kunnen het dagelijks bestuur binnen de wettelijke termijn van acht weken na de verzenddatum, doch uiterlijk 15 juni van hun gevoelen omtrent de conceptbegroting doen blijken. 6.. Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk na 15 juni doch uiterlijk 1 juli de opmerkingen van de raden en eventueel een nota van wijzigingen aan het algemeen bestuur. 7.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vóór 15 juli vast en zendt terstond afschriften aan de gemeenten. 8.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus aan gedeputeerde staten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel