Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van:
reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 1 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders, en
dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.
De raad kan aan een ontheffing van het woonplaatsvereiste voor wethouders zoals bedoeld in artikel 36a lid 2 van de Gemeentewet voorwaarden verbinden, die tot gevolg hebben dat het recht op vergoeding op grond van sub a en of b van dit artikel wordt gekort of zelfs wordt uitgesloten.
Paragraaf 3
Artikel 14
Verhuis-, Reis- en pensionkosten en tegemoetkoming dubbele woonlasten bij benoeming
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders en (burger)raadsleden Gemeente Zwijndrecht