Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 12.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalwijk 2017

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op: kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt, tenzij aantoonbaar spoedeisend belang zich hiertegen verzet; bemiddelingskosten (zoals belangbehartigers of tussenpersonen); administratiekosten (zoals bijvoorbeeld de extra kosten wanneer er met een acceptgiro wordt gefactureerd); een eenmalige uitkering (ter compensatie van het verlies van inkomsten van de particuliere zorgverlener); reiskosten voor woon-werkverkeer; feestdagenuitkering; vaste maandlonen (de budgethouder moet de zorgverlener via een declaratie of factuur laten uitbetalen). 3.. De hoogte van een pgb: is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; en bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte maatwerkvoorziening in natura. Indien geen maatwerkvoorziening is ingekocht, wordt het pgb berekend op basis van de kosten voor een soortgelijke voorziening. Jaarlijks kan indexering van het pgb-bedrag plaatsvinden, gebaseerd op kostenontwikkelingen en prijsafspraken met aanbieders. 4.. Bij het verstrekken van een pgb voor dienstverlening maakt de gemeente onderscheid tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociaal netwerk, door professionals die niet aangesloten zijn bij een geregistreerde zorgaanbieder (zzp’ers) en professionals die zijn aangesloten bij een geregistreerde zorgaanbieder. Hiervoor geldt een gedifferentieerd pgb-tarief, namelijk: sociaal netwerk: maximaal 50% van de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening; professional die niet werkzaam is bij een geregistreerde zorgaanbieder (zoals een zzp’er): maximaal 75% van de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening; professional die werkzaam is bij een geregistreerde zorgaanbieder: maximaal 100% van de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening. 5.. De hoogte van een pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten. 6.. De hoogte van een pgb voor een product wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van het product dat de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als het product in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop het product technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. 7.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk onder de volgende voorwaarden: dat deze persoon een lager, door het college vastgesteld, tarief krijgt uitbetaald voor zijn diensten dan het ingevolge het derde en vijfde lid vastgestelde tarief, en dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald. 8.. Er is geen vrij besteedbaar deel binnen het pgb. 9.. Het college kan in nadere regels de pgb-tarieven en zo nodig nadere bepalingen omtrent pgb vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel