Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: a gemeentelijk monument: monument, dat overeenkomstig de bepalingen van de Monumentenverordening Hilversum 2016 door burgemeester en wethouders als beschermd monument is aangewezen. b restaureren: het treffen van voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument. c kosten van voorzieningen: de door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van: 1 de aanneemsom, met een gespecificeerde bouwkostenbegroting; 3 de kosten van de architect overeenkomstig de SR 1997 en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is; 4 de leges voor de omgevingsvergunning en voor enige andere vergunning die nodig is voor het treffen van de voorzieningen; 5 de verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden verrekend; 6 de bouwhistorische opname, waaronder kleuronderzoek, gericht op de restauratie; 7 de kosten van opstelling van een onderhoudsplan; 8 een reservering voor eventueel noodzakelijk meerwerk, dat ten tijde van het vaststellen van de hierboven genoemde begroting redelijkerwijs niet voorzienbaar was, tot maximaal 5% van de aanneemsom. d subsidiabele kosten: de kosten, die - conform de actueel geldende landelijke richtlijn stcrt 2012-20420 van de rijksoverheid voor restauratie van monumenten – door burgemeester en wethouders worden aanvaard als kosten van instandhouding van de monumentale waarden van het monument, met dien verstande, dat regulier onderhoud en onderhoudsschilderwerk niet subsidiabel is. e onder eigenaar wordt mede verstaan: 1 degene die het recht van erfpacht heeft; 2 de houder van een recht van opstal; 3 de eigenaar van een appartementsrecht; 4 een toekomstig eigenaar die in het bezit is van een voorlopig koopcontract.

Rechtspraak bij dit artikel