Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Levering van een individuele voorziening in de vorm van een PGB

Onderdeel van Nadere regels behorende bij de Verordening Jeugdhulp Zwijndrecht

In aanvulling op artikel 8.1.1 lid 4 van de Jeugdwet en artikel 8 lid 4 van de Verordening Jeugdhulp verstrekt het college alleen een individuele voorziening in de vorm van een PGB: als de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, gezinsvoogd, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een PGB verbonden taken zoals verbonden aan het actieplan, op verantwoorde wijze uit te voeren; als de jeugdige of zijn ouders overtuigend kunnen motiveren waarom zij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten; als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit, zoals is gesteld in artikel 6. van de Beleidsregels voor jeugdhulpaanbieders of artikel 14. van de Nadere regels voor het sociaal netwerk en is en bijdraagt aan het beoogde resultaat; indien de jeugdige voor de gevraagde jeugdhulp bij de betreffende jeugdhulpaanbieder niet reeds Zorg in Natura ontvangt; indien het PGB voor ten hoogste maximaal 26 weken per kalenderjaar wordt ingezet voor betaling van jeugdhulp geleverd en/of genoten buiten Nederland; er geen sprake is van een vorm van hulp, zorg of ondersteuning zoals opgenomen in het ‘uitsluitingenoverzicht PGB jeugdhulp Zuid-Holland Zuid’ welke als bijlage is toegevoegd; als de individuele voorziening in de vorm van een PGB niet wordt aangevraagd met een ingangsdatum in het verleden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel