Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zich met een paard of een ander rij- of trekdier in het recreatiegebied te bevinden. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: de gevallen genoemd in artikel 5.4.2, derde en vierde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening; op de daartoe aangewezen ruiterpaden; de periode tussen 1 oktober en 1 mei, indien het paarden zich buiten de ruiterpaden in het water begeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel