Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zich met een motorvoertuig, bromfiets, fiets of ander voertuig in het recreatiegebied te bevinden buiten de ter plaatse aangegeven gedeelten van het recreatiegebied. 2.. Het is verboden een motorvoertuig, bromfiets, fiets of ander voertuig in het recreatiegebied onbeheerd te laten staan buiten de daartoe aanwezige en als zodanig aangegeven parkeer- en stallingsgelegenheden. 3.. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden op grond van artikel 5.4.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening niet voor: Bestuurders van voertuigen ten dienste van de politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangewezen hulpverleningsdiensten; Bestuurders van voertuigen die worden gebruikt in verband met het beheer, onderhoud of de exploitatie van het recreatiegebied dan wel de daar aanwezige voorzieningen; Bestuurders van voertuigen die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel