Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

De bewonersparkeervergunning

Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van parkeervergunningen

1.. Indien en zolang het maximale aantal parkeervergunningen in een parkeersector niet is overschreden en onverminderd het bepaalde in artikel 11, kan het college een vergunning verlenen wanneer de aanvrager staat ingeschreven als bewoner in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op een adres waar een parkeerregime aanwezig is. 2.. De aanvrager dient aan te tonen het motorvoertuig waarvoor een vergunning op kenteken wordt aangevraagd, in eigendom te hebben of het gebruiksrecht hierover te hebben. Indien de aanvrager houder is van het voertuig middels een lease-overeenkomst, middels de werkgever dan wel anderszins, dient bij de aanvraag een schriftelijke verklaring van de eigenaar te worden overgelegd, waarin het gebruiksrecht wordt aangetoond. 3.. Aan de hand van het adres van de aanvrager wordt bepaald voor welke parkeersector de vergunningaanvraag in aanmerking kan komen. 4.. Het college kan één of meerdere bewonersvergunning niet verlenen indien de aanvrager beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein. 5.. Aan de bewonersparkeervergunning kan door het college, bij openbaar te maken besluit, nadere beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen en met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. 6.. Bewoners, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, en in het bezit van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, komen in aanmerking voor een parkeervergunning op kenteken die geldig is in alle parkeersectoren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel