**1..** Het college stelt vast of een belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
**2..** Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
de belanghebbende moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerstelid, sub a van de Participatiewet, die belanghebbende is niet in staat met voltijdse arbeidhet wettelijk minimumloon te verdienen, en die belanghebbende heeft mogelijkheden totarbeidsparticipatie; of
de belanghebbende moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweedelid van de Participatiewet.
**3..** Het college gebruikt de in bijlage 1 omschreven wijze om de loonwaarde van een belanghebbendevast te stellen.
**4..** Hierbij neemt het college de volgende minimumeisen in acht:
de methode bevat richtlijnen op grond waarvan de prestatie van de werknemer wordt bepaald;
de methode is transparant, betrouwbaar en inzichtelijk beschreven, en
de loonwaarde hangt niet af van degene die de loonwaarde bepaalt.
**5..** Het college stelt vast of en zo ja welke externe organisatie adviseert met betrekking tot de vast-stelling van de loonwaarde van een belanghebbende. De externe organisatie neemt daarbij de in lid 3 omschreven methode in acht.
**6..** Het college stemt het bepaalde in het derde lid tot en met het vijfde lid, af met de partners diebetrokken zijn bij het Werkbedrijf.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 2
Artikel 28
Loonkostensubsidie
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Castricum 2017