Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.2

De samenstelling van een inburgeringsvoorziening

Onderdeel van Verordening Wet Inburgering gemeente Utrecht

1.. Het college stelt voorafgaand aan het programma middels het inburgeringsonderzoek het taalniveau, mogelijkheden en eventuele belemmeringen in de persoonlijke situatie, maatschappelijke taken en doelperspectief van de inburgeringsplichtige vast, en bepaalt aan de hand daarvan de duur, intensiteit en samenstelling van de inburgeringsvoorziening. 2.. Bij een inburgeringsplichtige die een uitkering geniet, stemt het college de inburgeringsvoorziening af op de activiteiten vanuit het reïntegratietraject. 3.. Krachtens artikel 19, tweede lid van de wet, wordt de samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijk bedienaren per ministeriële regeling vastgesteld. 4.. Een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval de volgende onderdelen: Nederlandse taalles kennis van de Nederlandse samenleving voorbereiding op en deelname aan het inburgeringsexamen individuele traject- en maatschappelijke begeleiding, doorgeleiding 5.. Een inburgeringsvoorziening kan naast een cursus die toeleidt naar het inburgeringsexamen en het eenmaal kosteloos afleggen van het inburgeringsexamen onder meer de volgende onderdelen bevatten: activiteiten gericht op arbeid of de verwerving daarvan, zoals stages, regulier of gesubsidieerd betaald werk, vrijwilligerswerk, bemiddeling naar arbeid, beroepsvaardigheden, etcetera; activiteiten gericht op een vervolgopleiding en of voorbereiding daarop, zoals beroepsoriëntatie, taalstage, geïntegreerde trajecten, et cetera; activiteiten gericht op participatie en gezin, zoals vrijwilligerswerk, sociale vaardigheden, opvoedingsondersteuning, thuisstudie met behulp van de computer, tv en radio, et cetera;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel