Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
beleid.
Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe
verplicht.
Geen inspraak wordt verleend:
ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een
eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
indien inspraak bij of krachtens de wet is
uitgesloten;
indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
beleidsvrijheid heeft;
inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk
XV van de Gemeentewet;
indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
spoedeisend is dat inspraak niet kan worden
afgewacht;
indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het
belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor
kwetsbare groepen in de samenleving.
Artikel 3 Inspraakgerechtigden
Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en
belanghebbenden.
Artikel 4 Inspraakprocedure
Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van
de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Het bestuursorgaan kan voor een of meer
beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure
vaststellen.