Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 3.

Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017.

1.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 onder b vordert het college een door haar na ontvangstvan een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering niet terug, over de periode dat deze uitkering zes maanden en langer na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend. 2.. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit het college dusdanig concreet kon afleiden dat sprake is van een dusdanige fout, dat het college op grond daarvan actie had moeten ondernemen. 3.. Indien sprake is van intrekking van het recht op bijstand omdat belanghebbende over de gehele periode beschikte over in aanmerking te nemen vermogen, dan wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 2 onder b het bedrag waarmee het vrij te laten vermogen is overschreden teruggevorderd. 4.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 onder c ziet het college af van brutering indien belanghebbende geen verwijt kan worden gemaakt van het ontstaan van een vordering van het college op hem omdat er geen sprake is van een schending van de inlichtingenplicht; of geen verwijt kan worden gemaakt dat de vordering van het college niet reeds in het lopende kalenderjaar is voldaan, waaronder de situatie dat ter zake van de terugvordering een betalingsregeling is getroffen waaraan belanghebbende zich houdt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel