Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 8.

Geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering bij schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017.

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 60c van de Participatiewet en artikel 29a van de IOAW en IOAZ, verleent het college medewerking aan een schuldregeling indien: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing indien: de terugvordering van uitkering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbendedan wel de vordering ziet op bijstand die is verstrekt in de vorm van een geldlening op grondvan het bepaalde in artikel 48, tweede lid, aanhef en onder b, van de Participatiewet; de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. 3.. Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken indien: door toedoen van belanghebbende niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid; de belanghebbende de aan de schuldregeling verbonden verplichtingen ondanks eerdere waarschuwing blijft schenden; dan wel; belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel