**1..** Recht op een U-pas heeft de inwoner met diens gezinsleden als het totale inkomen van het gezin maximaal 125% van het wettelijk sociaal minimum bedraagt.
**2..** Het in het eerste lid genoemde inkomen wordt getoetst over het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraagdatum, dan wel over de periode van drie maanden direct voorafgaand aan de aanvraagdatum in de gevallen waarin het inkomen in de periode tussen het voorgaande kalenderjaar en de aanvraagdatum gedaald is.
**3..** In afwijking van het eerste lid heeft de inwoner van 18 jaar of ouder, die student of scholier is en uit 's Rijks kas bekostigd voltijds onderwijs volgt en aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering (WSF) 2000, geen recht op een U-pas, tenzij hij een of meer ten laste komende kinderen heeft en beschikt over een gezinsinkomen dat, inclusief de toelage WSF, niet meer bedraagt dan het inkomen bedoeld in het eerste lid.
**4..** In afwijking van het eerste lid heeft recht op de U-pas het kind van de inwoner die is toegelaten tot de WSNP of een minnelijke schuldregeling en daardoor over een inkomen kan beschikken dat niet meer bedraagt dan 125% van het wettelijk sociaal minimum.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.1
Het recht op een U-pas
Onderdeel van Verordening U-pas 2017 gemeente Utrecht