Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 11

Bepaling aantal (geldige) ondersteuningsverklaringen

Onderdeel van Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017

1.. De voorzitter van het centraal stembureau stelt, indien er ondersteuningsverklaringen zijn ingediend, het aantal afgelegde ondersteuningsverklaringen vast. 2.. Indien er tienduizend of meer ondersteuningsverklaringen zijn afgelegd stelt de voorzitter tevens vast: Het aantal geldige ondersteuningsverklaringen; Het aantal ongeldige ondersteuningsverklaringen. 3.. Ongeldig zijn die ondersteuningsverklaringen die: Elektronisch zijn ingediend of op een lijst die door de voorzitter van het centraal stembureau is ontvangen voordat de termijn, bedoeld in artikel 9, is aangevangen; Elektronisch zijn ingediend of op een lijst die door de voorzitter van het centraal stembureau is ontvangen nadat de termijn, bedoeld in artikel 9, is verstreken; Niet alle gegevens bevatten die op grond van artikel 9, vijfde lid, op de lijst moeten worden geplaatst; De gegevens bevatten van een persoon die niet kiesgerechtigd is; Onjuiste gegevens bevatten; Afkomstig zijn van personen die meer dan één verzoek tot het houden van een raadgevend referendum over hetzelfde raadsbesluit. 4.. De controle van de ondersteuningsverklaringen die niet reeds op grond van artikel 11, derde lid, onder a en b, ongeldig zijn verklaard, geschiedt door middel van een steekproef. De steekproef wordt getrokken uit alle ondersteuningsverklaringen, zowel de elektronisch ingediende, als op een lijst, als één groep, waarbij de kans voor elke ondersteuningsverklaring om deel uit te maken van de steekgroep even groot is. 5.. De voorzitter van het centraal stembureau bepaalt de omvang van de steekproef aan de hand van de volgende formule: n= (4147,36 x N) / (4146,36 + N), waarbij: n = het aantal ondersteuningsverklaringen dat voor een steekproef wordt geselecteerd; N = het totaal aantal ondersteuningsverklaringen dat niet op grond van artikel 11, derde lid, onder a en b, ongeldig zijn verklaard. 6.. De voorzitter van het centraal stembureau bepaalt op aselecte wijze welke ondersteuningsverklaringen worden gebruikt voor de steekproef. 7.. Het aantal in de steekproef aangemerkte ondersteuningsverklaringen wordt uitgedrukt als een percentage van het totaal aantal geverifieerde ondersteuningsverklaringen. 8.. Het totaal aantal geldige ondersteuningsverklaringen is het totaal aantal ondersteuningsverklaringen die niet op grond van artikel 11, derde lid, onder a en b, ongeldig zijn verklaard, vermenigvuldigd met het percentage, bedoeld in het zevende lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel