Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 7

De beoordeling van het inleidend verzoek

Onderdeel van Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017

1.. De voorzitter van het centraal stembureau besluit, indien er verzoeken zijn ingediend, binnen een week na afloop van de termijn van drie weken, bedoeld in artikel 6, of het inleidend verzoek tot het houden van een raadgevend referendum wordt toegelaten. 2.. De voorzitter van het centraal stembureau besluit slechts dat het inleidend verzoek niet wordt toegelaten, indien het aantal ingediende verzoeken minder bedraagt dan duizend, dan wel, indien toepassing is gegeven aan artikel 8, tweede lid, het aantal geldige verzoeken minder bedraagt dan duizend. 3.. De voorzitter van het centraal stembureau maakt het besluit inzake de toelating van het inleidend verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel