Voor kinderen die in een Asielzoekerscentrum (AZC) verblijven en naar school gaan, bestaat de Richtlijn schoolvervoer asielzoekers. Deze richtlijn houdt in dat het AZC het vervoer betaalt van het AZC naar de school. Dit betaalt het AZC uit de middelen die het via het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) ontvangt.
Leerlingen die niet in een asielzoekerscentrum verblijven, bijvoorbeeld in het kader van noodopvang, vallen onder de gemeentelijke verordening leerlingenvervoer.
Het recht op onderwijs, ook voor illegaal in ons land verblijvende leerlingen, is gebaseerd op het principe dat jongeren waar ook ter wereld moeten worden toegerust om aan het maatschappelijke leven deel te nemen. Nederland is hiertoe ook internationale verdragsrechtelijke verplichtingen aangegaan. In de Koppelingswet is vastgelegd dat illegale kinderen die voor hun 18e jaar een onderwijstraject zijn gestart het recht hebben om dit af te maken. Hier vloeit uit voort dat illegale leerlingen in principe ook recht hebben op leerlingenvervoer. Scholen en gemeenten hoeven leerplichtige leerlingen niet te vragen naar de verblijfsstatus. Kinderen van statushouders (vergunninghouders) worden normaliter ingeschreven op een basisschool in de woonomgeving. Als zij een taalachterstand hebben kunnen zij een aantal dagdelen per week extra taalondersteuning krijgen op basisscholen in Vught en 's-Hertogenbosch. Formeel komen zij niet in aanmerking voor bekostiging leerlingenvervoer, omdat de reguliere basisschool ook de dichtstbijzijnde is. Voor het integratieproces is het echter wel belangrijk om extra taalonderwijs te bieden. Dit brengt extra vervoerskosten met zich mee, ook omdat het om afwijkende schooltijden gaat. In eerste instantie wordt gekeken of vervoer kan worden verzorgd door de eigen ouders/verzorgers of een vrijwilliger. Pas als die mogelijkheden niet aanwezig zijn wordt overgegaan tot aangepast vervoer.
Ook andere kinderen – niet zijnde vluchtelingen/statushouders – zijn aangewezen op de Taalklas, bijvoorbeeld kinderen met ouders/verzorgers afkomstig uit Oost-Europese landen. Vanwege het grote belang van het beheersen van de Nederlandse taal voor deelname aan het onderwijs en de arbeidsmarkt, brengen wij deze onder de werkingssfeer van de verordening Leerlingenvervoer, mede in het licht van Passend Onderwijs. Voor deze andere doelgroepen die zijn aangewezen op de Taalklas wordt bij het aanvragen van bekostiging zoveel mogelijk uitgegaan van de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van de ouders/verzorgers. Daarbij zal worden gezocht naar maatwerkoplossingen, zoals een vervoersbudget of inzet van een vrijwilliger.