Het college draagt zorg voor en legt in een besluit vast:
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen;
een adequate scheiding van taken en functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
de te maken afspraken met de organisatieonderdelen over de te leveren prestaties en de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van activiteiten en de uitputting van budgetten;
de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde beheer van de organisatieonderdelen.
Hoofdstuk IV:
Artikel 26.