1.Opzet
Wanneer uit een onderzoek door het college onomstotelijk vast is komen te staan, dat de belanghebbende de inlichtingenplicht met opzet heeft geschonden, dan bedraagt de maximale boete 100% (of 150% bij recidive)van het benadelingsbedrag, conform artikel 2 tweede lid of zesde lid van het Boetebesluit SZW.
2.Grove schuld
Wanneer uit een onderzoek door het college onomstotelijk vast is komen te staan, dat er sprake is van grove schuld, dan bedraagt de maximale boete 75% (of 112,5% bij recidive) van het benadelingsbedrag, conform artikel 2 derde lid of zevende lid van het Boetebesluit SZW.
3.Normale verwijtbaarheid
Wanneer de belanghebbende aantoonbaar de inlichtingenplicht heeft geschonden en “opzet of grove schuld” niet onomstotelijk aangetoond kan worden, dan wordt aan de belanghebbende een boete opgelegd van 50% (of 75% bij recidive) van het benadelingsbedrag, conform artikel 2 vierde lid of zevende lid onder a van het Boetebesluit SZW.
Verminderde verwijtbaarheid
Er is te allen tijde sprake van verminderde verwijtbaarheid bij situaties (criteria) zoals aangegeven in artikel 2a tweede lid van het Boetebesluit SZW.
Het college kan in de individuele situatie’s op grond van de omstandigheden van de belanghebbende, gezin en/of kind bepalen of er sprake is van verminderde verwijtbaarheid en de boete conform de vierde lid verlagen.
Het college stelt vast dat bij de volgende criteria in ieder geval sprake is van verminderde verwijtbaarheid:
de belanghebbende verkeerde in een situatie, die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt;
de belanghebbende verkeerde in een onvoorziene en ongebruikelijke omstandigheid, die emotioneel zeer belastend was, waardoor hij niet over zijn normale geestelijk vermogens beschikte;
het belang van het kind komt in het gedrang:
er wordt rekening gehouden met de rechten van de minderjarige inwonende kinderen en/of ten laste komende kinderen, waarbij opleggen van de toepasselijke boete de gezondheid van het kind (de kinderen) ernstig in gevaar kan brengen, omdat hierdoor mogelijkheden om noodzakelijke medicatie en/of medische behandelingen te financieren ernstig zal worden bedreigd of onaanvaardbare consequenties voor de minderjarige inwonende kinderen en/of ten laste komende kinderen kan hebben;
er wordt rekening gehouden met de rechten van de minderjarige inwonende kinderen en/of ten laste komende kinderen, waarbij opleggen van de toepasselijke boete de ontwikkeling van het kind en de financiële omstandigheid van het kind (kinderarmoede) in een onaanvaardbare maatschappelijke situatie kan brengen.
Wanneer uit onderzoek en de door belanghebbende aangedragen noodzakelijke gegevens vast is komen te staan dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, zoals bedoeld in de eerste en tweede lid, dan bedraagt de bestuurlijke boete 25% (of 37,5 bij recidive) van het benadelingsbedrag, conform artikel 2 vijfde lid of zevende lid onder b van het Boetebesluit SZW
Artikel 11.
Categorisering van de bestuurlijke boete
Onderdeel van Beleidsregels “Bestuurlijke boete Diemen 2017”