Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Schuldhulpverlening

Onderdeel van Beleidsregels “Bestuurlijke boete Diemen 2017”

1.. Wanneer de belanghebbende in een schuldsaneringtraject zit dan wordt de op te leggen bestuurlijke boete op grond van artikel 18a dertiende lid van de PW, artikel 20a twaalfde lid van de Ioaw en artikel 20a twaalfde lid van de Ioaz “niet direct kwijtgescholden maar in eerste instantie (met de intentie tot kwijtschelding) opgeschort", mits aan de volgende voorwaarden worden voldaan; Bij vaststelling van de gedraging, mag er geen sprake zijn van “opzet” of “grove schuld” en Belanghebbende heeft binnen 1 jaar na het opleggen van de boete niet wederom de inlichtingenplicht geschonden en De belanghebbende moet nadrukkelijk zelfstandig een verzoek tot kwijtschelding van de bestuurlijke boete indienen en De belanghebbende is verplicht zijn/haar medewerking te verlenen aan een schuldregeling. 2.. Wanneer de belanghebbende binnen een periode van 5 jaar na het besluit tot het opschorten wederom geen overtredingen wegens eenzelfde gedraging is begaan, dan wordt de bestuurlijke boete 1 maand na het verstrijken van de periode van 5 jaar, conform artikel 18a dertiende lid van de PW, artikel 20a twaalfde lid van de Ioaw en artikel 20a twaalfde lid van de Ioaz, volledig kwijtgescholden. 3.. Het besluit tot kwijtschelding (opschorting) van de bestuurlijke boete, wordt conform artikel 18a veertiende lid van de PW, artikel 20a dertiende lid van de Ioaw en artikel 20a dertiende lid van de Ioaz ingetrokken of herzien, indien binnen 5 jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom door de belanghebbende een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel