**1..** De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve, vrijstelling van het verbod genoemd in artikel 2:28 eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in 1 van de Drank- en Horecawet, indien zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan. De burgemeester verleent geen vrijstelling van het verbod als genoemd in artikel 2:28 eerste lid indien niet voldaan wordt aan de in artikel 2:28a derde lid gestelde eisen.
**2..** De vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het eerste lid of niet voldaan wordt aan de in artikel 2:28a derde lid gestelde eisen.
**3..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 2. › AFDELING 8.
Artikel 2:28B